Subklinische necrotiserende enteritis kan leiden tot flinke schade bij leghennen
Schade van subklinische necrotiserende enteritis bij leghennen varieert sterk per koppel

Sinds meerdere jaren wordt subklinische necrotiserende enteritis (SNE) gezien bij leghennen. Deze darmaandoening leidt tot productieverlies, vanwege slechte vertering en verminderde absorptie van nutriënten. De aandoening is in de praktijk niet altijd makkelijk vast te stellen, omdat er geen duidelijke ziekteverschijnselen aanwezig zijn. Hierdoor blijven waarschijnlijk veel gevallen onontdekt en daardoor is het lastig om inzicht te krijgen in de schade die veroorzaakt wordt. In opdracht van de pluimveesector heeft GD daarom onderzoek gedaan naar de impact van deze aandoening bij leghennen, meldt Avined woensdag 29 juli.
Subklinische necrotiserende enteritis (SNE) is de klinisch mildere, maar economisch vaak schadelijkere vorm van klassieke necrotiserende enteritis (NE). In tegenstelling tot SNE wordt NE met enige regelmaat bij vleeskuikens en kalkoenen aangetroffen. Beide varianten worden veroorzaakt door de bacterie Clostridium perfringens. SNE bij leghennen kenmerkt zich vaak door de aanwezigheid van duidelijke, grijs tot zwarte, necrosehaarden in het begin van de twaalfvingerige darm. Deze kunnen soms samensmelten en een deel van de darm dan een donkergrijze kleur geven. GD voerde in opdracht van de pluimveesector onderzoek uit naar de darmaandoening, gefinancierd via de onderzoeksbijdrage.
Zes legbedrijven met diagnose SNE onderzocht
Voor het onderzoek is op zes legbedrijven met de diagnose SNE de uitval in kaart gebracht. Ook is onderzocht welke impact SNE had op de productie en een nadere analyse gedaan op de gevonden Clostridium perfringens stammen. Dit zijn de meest opvallende onderzoeksresultaten:
- Er is verhoogde uitval van de meeste koppels in de periode rond de diagnose, maar eiproductie en eigewicht bleef gemiddeld genomen op peil.
- De grootste (financiële) impact van SNE op de zes gevolgde bedrijven was door het aantal gemiste eieren als gevolg van het verhoogd sterftepercentage. Over een periode tot 70 weken loopt dit op tot gemiddeld negen eieren per hen.
- De geïsoleerde Clostridium perfringens stammen waren bij alle koppels in staat gifstoffen te produceren, maar het waren andere gifstoffen dan verwacht. De invloed hiervan is in de praktijk is niet duidelijk. Wel blijkt de aandoening af te wijken van eerdere onderzoeken.

Tekst: Tom Schotman
Groeide op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender op. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Tekst: Avined
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Avined