Peesschedeontsteking door reovirus zorgt sinds 2015 vaker voor problemen bij vleeskuikens
'Vaccinatie tegen reo niet altijd goed uitgevoerd, desinfectie vleeskuikenstal cruciaal'

De Wit en zijn collega Teun Fabri van de GD hielden donderdag 2 april een online presentatie, een zogeheten webinar, over peesschedeontsteking door het reovirus. De GD deed de afgelopen jaren onderzoek naar het reovirus omdat zowel reguliere als trager groeiende kuikens sinds 2015 vaker peesschedeontsteking door het reovirus oplopen. Door het virus kunnen er problemen met kreupelheid ontstaan, kan de voeropname en groei achterblijven en de uitval door sterfte en selectie stijgen. De ernst van de aandoening varieert van enkele aangetaste dieren tot een sterk verminderde uniformiteit, 100-200 gram groeiachterstand op slachtleeftijd en een sterk verhoogde afkeur (van delen).
„Reovirussen worden vrijwel altijd gevonden bij vleeskuikens, maar 80 procent zorgt niet voor problemen”, zegt Fabri. „Peesschedeontstekingen door het reovirus komen vooral voor bij nakomelingen zowel jonge maar ook bij nakomelingen van oudere moederdieren. Uit onderzoek blijkt dat er meer aanwijzingen zijn dat de nakomelingen het virus op het vleeskuikenbedrijf oplopen dan dat het virus vanuit de broederij met de kuikens meekomt. Goed enten in de opfok is cruciaal omdat dit leidt tot een voldoende hoge en langdurige bescherming bij de nakomelingen.” Bij opfoklegdieren is het effect van entingen van drie entploegen vergeleken. „Bij één entploeg reageerden gemiddeld 20 procent van de dieren niet op de enting. Bij een andere slechts 2 tot 3 procent niet en bij derde en laatste varieerde het percentage dat niet reageerde van 0 tot 30 procent”, zegt De Wit. Hij raadt opfokkers aan het resultaat van entingen altijd te laten controleren. „Indien er in de opfok goed wordt geënt en de dieren reageren goed op de enting zijn hun nakomelingen, de vleeskuikens, beter beschermd tegen reo”, legt De Wit uit. „Om dit te bereiken moet in de opfok grofweg minimaal zo’n 75 procent goed beschermd zijn tegen het virus en een (Elisa) titer van 7 of meer hebben.”
Vier weken tussen entingen
In de opfok van vleeskuikenouderdieren wordt vaak twee keer of vaker geënt tegen reo. „Zorg ervoor dat er minimaal vier weken tussen de eerste enting met een levend vaccin en tweede enting met een geïnactiveerd vaccin zitten, zodat de enting aan kan slaan”, waarschuwt De Wit.
„De huidige beschikbare entstoffen beschermen waarschijnlijk niet voldoende tegen alle genotypen van het reovirus. Dat maakt bestrijding lastig. Maar verbetering van de hoge concentraties afweerstoffen bij de eendagskuikens zal in elk geval de schade verminderen”, vult Fabri aan.
Desinfecteren
Naast overdracht via hun ouders, de vleeskuikenouderdieren, kunnen vleeskuikens ook besmet raken doordat er in de stal nog reovirussen van de vorige ronde aanwezig zijn. „Reo behoort tot de groep naakte virussen. Dit soort virussen zijn erg lastig uit een stal te verwijderen. Zelfs bij een ontsmetting met een dosering van 2 procent formaline dood je niet alle reovirussen. Een dosering van 10 procent formaline in een hoge drukspuit of pulsfog (verneveling) is nodig om alle reovirussen in een stal te doden”, zegt Fabri. „Er zijn echter veel verschillende reinigings- en desinfectieprotocollen. Ook waterstofperoxide – bijvoorbeeld 10 procent verneveling – of combinatiemiddelen met glutaaraldehyde kunnen effectief zijn. Maar naast de keuze van het desinfectiemiddel is vooral de uitvoering belangrijk”, vult De Wit aan.
De Wit raadt vleeskuikenhouders, die tijdens een ronde problemen hebben met kreupelheid bij hun dieren, via een zogeheten PCR-test en histologie te onderzoeken of hun kuikens een schadelijk type reovirus bij zich dragen. „Besteed extra aandacht aan reinigen en desinfecteren indien je kuikens een schadelijk type reovirus bij zich dragen. Met de test kun je reostammen vergelijken: heb je dezelfde stam als de vorige ronde?” De Wit en Fabri hopen dat hun adviezen worden opgevolgd in de sector zodat het virus minder schade aanricht. „Reo kan voor hogere uitval, afkeur en daardoor grote economische schade zorgen bij vleeskuikenhouders. Het is een probleem van de hele Nederlandse vleeskuikenketen, dat we gezamenlijk aan moeten pakken”, zegt De Wit. „Voor vragen kunnen pluimveehouders terecht bij hun dierenarts of de GD”, besluit Fabri.