Omwonenden van landbouwpercelen zijn gemiddeld gezonder

Afgelopen jaren zijn al veel discussies gevoerd over eventuele gezondheidsrisicos voor omwonenden van landbouwgronden waar met gewasbeschermingsmiddelen wordt gewerkt. Daarom hebben in opdracht van VWS het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en de Universiteit Utrecht een verkennend onderzoek gedaan naar de gezondheid van die omwonenden. Daarbij werd gekeken of er een duidelijk verband bestaat tussen de afstand tot landbouwpercelen (en de grootte van de percelen) met een aantal geselecteerde gewassen enerzijds en gegevens over ziekten en aandoeningen van omwonenden anderzijds.
Adresgegevens en gezondheid
Gegevens over het agrarisch grondgebruik zijn met behulp van adresgegevens gekoppeld aan gegevens over de gezondheid van omwonenden. Met die koppeling kon nagegaan worden of er meer gezondheidsproblemen voorkomen naarmate er meer landbouwgebied is rond het woonadres. Ook werd daarbij naar de afstand gekeken en de geteelde gewassen. Onderzocht werden 13 gewassen waaronder mais, granen (wintertarwe, zomergerst, zomertarwe, overige granen), aardappelen (consumptie, zetmeel, pootgoed), bieten en vollegrondsgroenten. Bij de omwonenden werd gekeken naar problemen rond zwangerschap en geboorte, naar ziekten, klachten en aandoeningen waarmee mensen bij de huisarts komen (en de voorgeschreven medicatie) en sterfte aan specifieke oorzaken. Woonadressen in stedelijke gebieden werden uitgesloten. Het ging dus om bewoners van het buitengebied met veel of juist met weinig of geen landbouw.
Geen verklaring onderzoekers
Volgens de onderzoekers werden er geen duidelijke en consistente verbanden gevonden tussen gezondheid en nabijheid van landbouwpercelen. Uit de analyses komt het beeld naar voren dat mensen met veel landbouwpercelen dichtbij huis over het algemeen wat gezonder lijken te zijn dan mensen die in het buitengebied wonen waar weinig of geen landbouw is. Een echte verklaring hebben de onderzoekers niet. Mogelijk hebben mensen die dichter bij landbouwpercelen wonen een andere, gezondere levensstijl, zo suggereren zij.
Enkele gewassen geven een wat afwijkend beeld. Zo werd er een statistisch verband gevonden tussen de maisteelt en sterfte aan luchtwegaandoeningen. Die geldt zowel voor afstand als oppervlakte van de teelt. Of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen daarvan de oorzaak is willen de onderzoekers niet zeggen. Andere factoren zoals bijvoorbeeld fijnstof kunnen ook de (mede-)oorzaak zijn.
Onvoldoende eenduidig
Andere, statistisch minder duidelijke verbanden leken er te zijn tussen de zomergerstteelt in relatie tot een hoog geboortegewicht, de fruitteelt in relatie tot de ziekte van Parkinson en van granen, bieten, aardappelen in relatie tot leukemie. Volgens de onderzoekers is het verband met de hoeveelheid of de nabijheid van specifieke gewassen onvoldoende eenduidig, maar kan het aanleiding zijn voor vervolgonderzoeken. Parallel aan dit verkennende onderzoek codineert het RIVM een onderzoek naar de daadwerkelijke blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen. De eerste resultaten daarvan worden later dit jaar verwacht.
Tekst: Lauk Bouhuijzen
Beeld: Biomeerwaarde EI