Protocol op om dieren-welzijn kippentransport te evalueren

Het protocol omvat negen welzijnsindicatoren die onder meer nagaan hoe sterk de dieren hebben geleden onder hitte- of koudestress, beklemmingen van vleugels, tenen of koppen, enzovoorts. De evaluatie van alle indicatoren resulteert in een algemene welzijnsindex. In het protocol wordt gekeken naar deze negen welzijnsindicatoren:
- Sterfte
- Fracturen
- Beklemde lichaamsdelen
- Rugliggers
- Bloeduitstortingen/blauwe plekken
- Kippen met spreidpoten
- Verdringing
- Thermale stress
- Afkeuringen
Het transport van vleeskuikens naar de slachterij kan in sommige gevallen verbeterd worden. Om het welzijn tijdens die rit te verbeteren werkten onderzoekers van UGent en ILVO een evaluatieprotocol uit dat via een welzijnsindex aangeeft hoeveel of weinig de dieren te lijden hebben gehad. Vanuit twee experimenten, een observationele studie, een inventaris van de huidige transportsituatie en interviews met mensen uit de sector werd een praktisch protocol uitgewerkt dat in het slachthuis gebruikt kan worden.
In slachterij controleren
De negen welzijnsindicatoren kunnen volgens de onderzoekers allemaal op de slachterij gealueerd worden door een getraind persoon. Het eerste onderdeel is een welzijnsevaluatie aan het eind van de wachtperiode op het slachthuis waarbij wordt gekeken naar de prevalentie hittestress of koudestress, beklemmingen (vleugels, tenen, koppen), kippen met spreidpoten, verdringing (een kip bovenop een andere) en zogenaamde rugliggers. Per toom wordt beoogd om ongeveer zestig kratten of lades te observeren.
Daarna wordt het aantal breuken en bloeduitstortingen aan de slachtlijn bepaald en de mate hiervan. Per slachtlijnindicator is het streefdoel om 10 minuten te observeren. De uitvoering van het volledige protocol duurt ongeveer 60 minuten per getransporteerde toom. Na het evalueren van alle indicatoren is het de bedoeling dat de quoteringen samengevoegd worden tot een score die fungeert als een algemene welzijnsindex. ILVO ontwikkelde hiervoor een web-tool die beschikbaar is in het Nederlands, Frans en Engels.
Deze welzijnsindex laat toe om specifieke knelpunten voor dierenwelzijn te identificeren, stellen de onderzoekers. Daarnaast maakt de welzijnsindex het mogelijk om verschillende transporten, maar ook verschillende slachthuizen, vangploegen, pluimveehouders, enzovoorts, te vergelijken. De score kan dienen als leidraad om welzijnsverbeteringen door te voeren en te evalueren, en kan mogelijk zelfs als basis gebruikt worden voor een dierenwelzijnskeurmerk waarbij enkel vlees verkocht kan worden dat aan een bepaalde score voldoet.Bekijk hier het Belgische protocol.

Tekst: Tom Schotman
Groeide op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender op. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Tekst: Vlaams infocentrum land-, tuinbouw
Beeld: Susan Rexwinkel